Onze titels

€ 19,50
Lentetuin

EEN ROMAN OVER VERLIES, VRIENDSCHAP EN ARCHITECTUUR IN EEN BUURT VAN TOKIO DIE LANGZAMERHAND GENTRIFICEERT. In Setagaya, een populaire wijk van Tokio, is het flatgebouw View Palace Saeki III bestemd voor de sloop. De meeste huurders zijn al vertrokken. Taro kwam hier na zijn scheiding terecht en is een van de weinigen die er nog wonen. Op een dag ziet Taro de jonge vrouw van de bovenverdieping, Nishi, naar het huis ernaast staren. Vanaf dat moment komen ze elkaar vaak tegen. Taro wordt aangetrokken door haar verhalen over dat hemelsblauwe huis met tuin. Hier woonden ooit een bekende regisseur en een actrice, en Nishi wist dat al sinds haar studiejaren, toen ze het huis in het vrij onbekende fotoboek 'Lentetuin' had gevonden. Ook op Taro werkt het hemelsblauwe huis al snel als een magneet. Een beeld van wat voorgoed verloren gaat, wat blijft, en wat zij beiden van de toekomst verwachten. TOMOKA SHIBASAKI(Osaka, Japan, 1973) heeft negen boektitels op haar naam, waarvan er twee zijn verfilmd. 'Asako I & II', gebaseerd op haar roman 'Nete mo samete mo', ging in 2018 in première op het filmfestival van Cannes. Tomoka Shibasaki’s werk is meermalen bekroond; voor 'Lentetuin' ('Haru no niwa') ontving ze in 2014 de Akutagawaprijs, de meest prestigieuze literaire prijs van Japan. Behalve in het Nederlands is het boek ook vertaald in het Engels, Frans, Duits, Spaans, Russisch, Chinees en Koreaans. ​The New York TimesRecensieMensen arriveren en vertrekken, gebouwen worden opgetrokken en neergehaald, huurders komen en gaan, allemaal verwikkeld in een soort dans, die onmogelijk onder woorden te brengen is, behalve zoals Shibasaki het doet.Kirkus ReviewsRecensieSfeervol, beschouwend verhaal over verlies en herinneringen in een gentrificerende wijk van Tokio.

€ 17,95
De ziel in het bloed

DE ZIEL IN HET BLOED Uit het Portugees vertaald door Maartje de Kort Met een nawoord van Nanne Timmer en Marilene Nagle van der Meer Edgar Wilson werkt in een slachterij, waar hij het vee voor de slacht moet bedwelmen. Hij doet bekwaam zijn werk en bespaart de dieren veel leed – niet alleen om te voorkomen dat het vlees taai wordt, maar ook omdat hij een meelevend mens is. Op een ochtend, terwijl de baas weg is, wordt het personeel van het abattoir verrast door de mysterieuze verdwijning van een aantal koeien. Wat in eerste instantie als diefstal wordt gezien, blijkt uiteindelijk collectieve zelfmoord te zijn. De Braziliaanse schrijfster Ana Paula Maia wordt beschouwd als een erfgename van het 'brutalisme' van Rubem Fonseca. Ze hanteert een directe, rauwe stijl in de trant van Cormac McCarthy en de Noord-Amerikaanse western. In deze schokkende roman legt ze de vage grens bloot tussen dier en mens en toont ze hoe de voedselproductie van een onverzadigbare maatschappij inbreuk maakt op de natuur. ANA PAULA MAIA (Nova Iguaçu, Brazilië, 1977) is schrijfster en scenariste. Ze studeerde theater, informatica en media en speelde in een punkrockband. Ana Paula Maia heeft een divers literair oeuvre op haar naam staan, waaronder zeven romans. Vertalingen van haar boeken verschenen in Argentinië, de Verenigde Staten, Spanje, Servië, Italië, Frankrijk en Duitsland. 'De ziel in het bloed' ('De gados e homens', 2013) is de eerste titel van haar hand die in het Nederlands verschijnt. Maia’s werk is meermalen bekroond.GraziaRecensie‘Diep, intelligent en visionair.’

€ 18,95
Wonderboom

Magriet Vos moet vluchten. Ze is violiste en woont in een post-apocalyptisch Zuid-Afrika dat op de rand van de chaos staat. Magriet speelt geregeld voor de West-Kaapse tiran Albino X. Ze vreest dat ze haar leven niet zeker is als Albino X haar toenemende geheugenverlies ontdekt. Ze vertrekt in het geheim naar haar geboorteplaats, vijftienhonderd kilometer naar het noorden. Magriet Vos wil naar haar roots, voordat ze vergeet wie ze is. Haar leven kent ze dankzij haar dagboek en foto’s, die ze als een kostbare schat in haar vioolkist bewaart. En door de vage herinneringen die bepaalde plekken of landschappen oproepen. Wie Wonderboom leest, reist met Magriet Vos mee in een zoektocht naar haar individuele en collectieve geschiedenis en is getuige van een uniek Zuid-Afrika. Lien Botha schept een toekomstbeeld van het land aan de hand van historische gebeurtenissen – de Marikana-slachting, de apartheid, de Boerenoorlog, de VOC – en via talloze verwijzingen naar herkenbare Zuid-Afrikaanse namen: van schrijvers en schilders als Anna M. Louw en Hendrik Pierneef tot de rapper Yolandi Visser van Die Antwoord. Lien Botha (Gauteng, Zuid-Afrika, 1961) studeerde talen aan de Universiteit van Pretoria en werkte geruime tijd als persfotograaf voor Beeld. Botha is internationaal bekend als kunstenaar, fotograaf en curator. Ze heeft deelgenomen aan talloze tentoonstellingen binnen en buiten Zuid-Afrika. Haar werk is opgenomen in zowel nationale als internationale collecties. Botha levert regelmatig bijdragen over kunst en literatuur aan verschillende kranten en tijdschriften, onder andere aan Die Burger en LitNet. Wonderboom is haar debuutroman. Voor dit boek ontving ze in 2016 de Jan Rabie-Rapportprys en in 2017 de Eugène Maraisprys.

€ 19,50
Vreemdeling zoekt kamer

In het New York van 1946 is dokter Marek, een Tsjechische arts, op zoek naar een kamer. Hij heeft het voornemen om zijn wetenschappelijke geschrift hier af te ronden. Hij verlangt naar rust en stilte, een kamer met een bed en een bureau waaraan hij kan werken, maar steeds ontstaan er onbenullige misverstanden tussen de verhuurder en de arts - een verkeerd begrepen woord, een verkeerd begrepen gebaar - en wordt hij weer gedwongen te verkassen. Wat is het verleden van dokter Marek? Wie is de vrouw met wie hij mysterieuze telefoongesprekken voert? Met zijn onberispelijke gedrag zaait de arts ook twijfel, want hij confronteert anderen onwillekeurig met hun eigen angsten en tekortkomingen. Ze bezien dokter Marek wantrouwend als de Wandelende Jood die veroordeeld is om eeuwig rond te dwalen. Een vreemdeling in het naoorlogse New York, door Hostovský realistisch beschreven met een ironie en kilheid die soms aan De avonden van Gerard Reve doen denken. Egon Hostovský (Hronov, Tsjechië, 1908 - Montclair, V.S., 1973) debuteerde eind jaren twintig en werd door de critici onthaald als een groot talent. In 1936 ontving hij de Tsjechoslowaakse Staatsprijs voor de Literatuur, maar drie jaar later werd zijn leven en werk voorgoed getekend door ontheemding en ballingschap: Hostovský was Joods en moest vluchten voor de nazi's. Na de oorlog werden zijn boeken in het communistische Tsjechoslowakije verboden. Uiteindelijk vestigde de schrijver zich blijvend in de Verenigde Staten. Egon Hostovský was een bloedverwant van Stefan Zweig en bevriend met Graham Greene, die zijn werk bewonderde. Tegenwoordig geldt Hostovský als een van de meest prominente Midden-Europese schrijvers van de twintigste eeuw.The New York TimesRecensie'Egon Hostovský is een begenadigd schrijver die zich niet tevredenstelt met de traditionele opzet van fictie: het vertellen van een verhaal, het creëren van personages en het interpreteren van de universele problemen van het menselijk leven. Hij geeft er de voorkeur aan het materiaal te buigen en te vervormen om zijn persoonlijke ambities van allegorieën en symbolisme te realiseren.'

€ 13,50
Aardbei en chocola

Havana, dertig jaar na het uitbreken van de Revolutie. David, een jonge communistische militant, maakt kennis met Diego, homoseksueel, levensgenieter en gepassioneerd liefhebber van kunst en literatuur. Hun ontluikende vriendschap zet hen op een kruispunt: tussen genegenheid en homofobie, maar ook tussen politieke loyaliteit en de fascinatie voor een andere manier van leven.Dit relaas - tegelijk kritisch en solidair - is een van de grootste Latijns-Amerikaanse teksten van de twintigste eeuw en betekende in Cuba een keerpunt in de aanvaarding van homorechten.AARDBEI EN CHOCOLA is het meest gefotokopieerde boek in de Cubaanse geschiedenis. Het is in meer dan twintig landen gepubliceerd, in elf talen vertaald en diende als inspiratie voor negentien toneelstukken.In 1993 bracht de Cubaanse regisseur Tomás Gutiérrez Alea een gelijknamige film uit. Het is de enige Cubaanse film die ooit voor een Oscar is genomineerd.SENEL PAZ (Fomento, Cuba, 1950) is schrijver en scenarist. Hij is de auteur van romans, korte verhalen en toneelstukken. Paz is wereldwijd bekend door zijn novelle 'El lobo, el bosque y el hombre nuevo', 1991 (nu in het Nederlands vertaald als Aardbei en chocola). Hij kreeg hiervoor de Juan Rulfoprijs toegekend.Voor het schrijven van het filmscenario van Fresa y chocolate (Aardbei en chocola), 1993, baseerde Paz zich op het verhaal van zijn bekendste novelle. De film won onder andere de prijs voor het beste scenario op het Festival Internacional del Nuevo Cine Latinoamericano van Havana en was genomineerd voor de Oscar voor beste buitenlandse film.Senel Paz was hoogleraar filmscenarioschrijven aan de Escuela Internacional de Cine y TV in San Antonio de los Baños in Cuba.Le MondeRecensie'De tegelijk naïeve en bewuste openhartigheid van de verteller maakt dit tot een verrassend verhaal.'The New York TimesRecensie'Paz' versie van de nieuwe Cubaanse man: tolerant en ondogmatisch, een man die aardbeienijs bestelt en ervan geniet.'HumoRecensieIn de novelle waarmee hij in 1991 de homorechten op de Cubaanse kaart plaatste, schept Senel Paz op amper vijftig pagina's een weelderig Havana. Met een beeldende taal vol sappige omschrijvingen belicht de auteur de onwaarschijnlijke vriendschapsband tussen een kind van de revolutie en een homoseksuele intellectueel. Zijn boeken- en platenkast vult ook meteen het gat in onze kennis van de Cubaanse cultuur. Het resultaat is een immer welkom betoog voor tolerantie en medeleven.NRCRecensie door Ger GrootSenel Paz en Guillermo Rosales Twee romans van Cubaanse schrijvers laten zien dat Cuba een land is waar alle hoop op een menswaardig bestaan vervlogen is. Waar de een het lot van de homo's behandelt, richt de ander zich op het lamlendige bestaan in het algemeen. Eigenlijk komt de vertaling van het lange verhaal El lobo, el bosque y el hombre nuevo (De wolf, het bos en de nieuwe mens) van de Cubaanse schrijver en scenarist Senel Paz (1950) een kwart eeuw te laat. In 1993 werd het verfilmd als Fresas y chocolate, wat ook de titel van de vertaling geworden is. Het verhaal van de homoseksuele Diego, die na een mislukte versierpoging een diepe vriendschap opbouwt met de regime-getrouwe David, had internationaal succes en zette het treurige lot van alle Diego's in het homofobe Cuba op de kaart. Wie het oorspronkelijke verhaal leest, ziet het drama teruggebracht tot zijn essentie. Weg is de liefdesgeschiedenis van David met een buurvrouw en het exotisme van Havanna, die Paz als scenarioschrijver aan de film had toegevoegd. Het verhaal focust op de relatie tussen de twee mannen: misschien nog wel het meest op David en diens aanvankelijke afkeer van homoseksualiteit. Die brengt hem tweemaal in de verleiding Diego aan te geven bij het revolutionaire studentencomité dat waakt over de zuiverheid van de Revolutie. De ijssmaken aardbei en chocolade zijn tekens van die tegenstelling. Bij zijn aanvankelijke versierpoging in de beroemde ijssalon Coppelia in Havana vraagt Diego om aardbeiensmaak, zo merkt David wantrouwend op, 'ook al was er chocolade-ijs'. De symboliek ligt er wat dik op, maar effectief is ze wel in de slotzin van het boek. Diego vertrekt naar het buitenland en David troost zich opnieuw met een ijsje in de Coppelia: 'Er was chocola, maar ik vroeg om aardbei.' Het verhaal van Paz was een aanklacht, maar belichaamde ook hoop. Homoseksualiteit zat in Cuba nog wel in de verdrukking, maar kon ter sprake gebracht en getoond worden. Die hoop ontbreekt geheel in de novelle Het huis van de drenkelingen van Guillermo Rosales (1946-1993). Niet om politieke redenen. Cuba is op de achtergrond weliswaar steeds aanwezig bij de Cubaanse ballingen in Miami over wie het gaat, maar hun teloorgang als maatschappelijke wrakken is veel universeler. Bij Rosales is het bestaan een hel zonder hoop op bevrijding of verlossing. 'Buiten op het huis stond Boarding home, maar ik wist dat het mijn graf zou worden.' Met zo'n beginzin zit je meteen in een fenomenale vertelling. Rosales beschrijft, in de figuur van zijn alter ego William Figueras, zijn eigen levenslot. Vertrokken uit Cuba, schrijversambities gefnuikt door aanvallen van schizofrenie, spoelt hij, eenmaal in de VS, aan in het 'typisch armoedige onderkomen voor hopeloze gevallen, gekken meestal, maar soms ook ouderen, die daar door hun familie waren achtergelaten om in eenzaamheid te sterven.' Rosales' beschrijving van de stank, vuiligheid en agressie in het boarding home, bestierd door een stelende Cubaanse directeur en een tirannieke Cubaanse huisbewaarder, is hartverscheurend. Hier is alle menselijkheid geweken, en ook Figueras valt al snel ten offer aan sadisme en geweld. Zijn mislukte vluchtpoging met een vrouw op wie hij misschien verliefd is of wordt, onderstreept de uitzichtloosheid alleen maar verder. Dat Rosales, na het grootste deel van zijn onuitgegeven werk te hebben vernietigd, zelfmoord pleegde, zal na het lezen van deze verpletterende novelle niemand verbazen.

€ 15,00
Leven en dood volgens Jelke Bos

Een labrador vraagt zich na een bijna-doodervaring af of zijn baasje er wel goed aan heeft gedaan om hem te redden. Deze elf jaar oude hond Jelke Bos beweert dit boek zelf geschreven te hebben. Dus niet de bekende Friese auteur Trinus Riemersma, zoals op het omslag staat.Wat is de levensbeschouwing van deze labrador, die zegt atheïstisch te zijn, en waarom is die juist voor een mens zo interessant? Omdat er veel uit te leren valt: om te rouwen, om ieders drukke alledaagse bestaan draaglijker te maken ...'Natuurlijk kunnen wij honden praten, alle honden kunnen praten, sinds hondenheugenis tot op de dag van vandaag. Maar we doen het niet. We zouden wel gek zijn. Als mensen in de smiezen krijgen dat we kunnen praten, zien ze dat als bewijs dat we intelligent zijn en dan gaan ze ons helemaal inschakelen in het arbeidsproces.''Maar nu ik zelf bezig ben mijn leven te overpeinzen, moet ik mijn gevoelens jammer genoeg toch in menselijke termen benoemen. Wij honden praten nooit over dit soort dingen. En ik weet niet beter of je moet er een jankerige toon voor aanslaan. Nou, dat lijkt me dus echt niks, ik wil nuchter praten over het leven en de dood, en in gewone woorden.'Trinus Riemersma (Ferwert, 1938 - Leeuwarden, 2011) was een van de belangrijkste Friese schrijvers. Voor zijn werk ontving hij twee keer de Gysbert Japicxpriis, de hoogste Friese onderscheiding voor oorspronkelijk Fries literair werk. Drie van zijn romans zijn in het Nederlands vertaald: Fabryk (Fabriek), Minskrotten-Rotminsken (De verwoesting van Leeuwarden) en Nei de klap (Na de klap).Riemersma was docent en hoofd van de opleiding Frysk aan de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden (NHL). Daarnaast was hij medeoprichter van Uitgeverij Venus en werkte hij als columnist voor de Leeuwarder Courant.NRCRecensie door Karin de Mik'[Riemersma] wordt beschouwd als een groot stilist, die altijd op zoek was naar nieuwe vormen.'

€ 18,50
Een afgedane zaak

EEN AFGEDANE ZAAK laat zich lezen als een detectiveroman. Er vindt een reeks misdaden plaats rond een bejaardensoos in het postcommunistische Praag. Naarmate het verhaal vordert, wordt de lezer steeds meer verrast door de vorm van het relaas. In het nawoord beschrijft Jean Montenot dit boek als een 'metafysische thriller'. Er is sprake van een schaakspel tussen de auteur en de lezer. Zodra de lezer de intenties van de schrijver denkt te begrijpen, zijn alle stukken alweer verzet. Pasverworven zekerheden maken plaats voor alsmaar bredere vraagstukken: 'Is het mogelijk betekenis te geven aan alles wat zich voordoet in iemands bestaan?' De lezer zou zich zelfs ook kunnen afvragen: 'Wie is Jean Montenot eigenlijk?'EEN AFGEDANE ZAAK is aan de andere kant een bijtende satire op de moderne Tsjechische maatschappij.Patrik Ouredník (Praag, 1957) is een van de belangrijkste Tsjechische auteurs van de twintigste eeuw. In 1984 ging hij in ballingschap naar Frankrijk, waar hij sindsdien woont.Ouredník heeft een omvangrijk oeuvre van romans, essays en poëzie op zijn naam staan. Hij is vooral bekend van zijn boek 'Europeana. Een zeer korte geschiedenis van de twintigste eeuw', dat door The Guardian gerekend werd tot 'The Decade's Best Books'. Behalve schrijver is Ouredník ook vertaler. Hij heeft onder andere werk van Raymond Queneau, Samuel Beckett en Boris Vian vertaald.Zijn oeuvre kenmerkt zich door het spelen met taal, intertekstualiteit en sociale kritiek. In 2014 ontving hij de Tsjechische Staatsprijs voor Literatuur. Zijn boeken zijn vertaald in meer dan dertig talen.Nederlandse vertalingen van de werken van Patrik Ouredník:'Europeana. Een zeer korte geschiedenis van de twintigste eeuw', vertaling: Edgar de Bruin, Uitgeverij IJzer, 2012 (Oorspr. Titel: Europeana. Strucné dejiny dvacáteho veku, 2001)'Het geschikte moment, 1855', vertaling Edgar de Bruin, Uitgeverij IJzer, 2013 (Oorspr. Titel: Príhodná chvíle, 1855, 2006)'Een afgedane zaak', vertaling: Edgar de Bruin, Uitgeverij Zirimiri Press, 2017 (Oorspr. Titel: Ad acta, 2006)De MorgenRecensieEen schaakspel tussen auteur en lezer, dat is de inzet van de roman Een afgedane zaak van de Tsjech Patrik Ouředník, bekend van het bejubelde Europeana (2010). Is het een detectiveroman of een spijkerharde kritiek op het Tsjechië van nu? Er vindt een reeks misdaden plaats rond een bejaardensociëteit in het postcommunistische Praag, maar naarmate het verhaal vordert, neemt wrange en gedesillusioneerde humor de overhand. Ouředník zet alle satirische sluizen open, 'Kafka met humor' is dan ook zijn passende bijnaam.

€ 17,00
Kom met me mee

KOM MET ME MEE schetst in tien verhalen het Barcelona van nu. Dit boek geeft een caleidoscopisch beeld van menselijke relaties - vooral liefdesverhoudingen - in een tijd van crisis en verwarring.De werkelijkheid is bitter en absurd, soms zelfs precair. Maar af en toe zorgt het toeval ervoor dat het leven een onvoorspelbare wending neemt, waaraan iedereen met naïeve hoop vasthoudt.En dan ontdekken we het ware gezicht van elk personage: ze ontroeren, zijn hilarisch en reageren niet per se logisch.KOM MET ME MEE werd bekroond met de Documentaprijs, de meest prestigieuze onderscheiding voor jonge Catalaanse schrijvers.Jordi Nopca is vergeleken met schrijvers als Etgar Keret en Raymond Carver.'De bijtende humor en het talent van Europese snit van de jonge Nopca hebben de literatuur van zijn land opgeblazen en nieuw leven ingeblazen.' Enrique Vila-Matas'Humoristisch en warm laten de verhalen van Nopca zich lezen als een kroniek van de existentiële twijfels en liefdesperikelen van de jongeren die vandaag de dag in Barcelona zien te overleven.' Jordi Puntí

€ 18,00
Hoe harder ik loop, hoe kleiner ik ben

Mathea Martinsen heeft nooit veel met andere mensen te maken gehad. Maar één ding heeft ze wel begrepen: ze zijn niet als zij. Nu, als oude vrouw, wordt ze getroffen door een groot verdriet en bevangen door de vrees te zullen sterven zonder dat iemand van haar bestaan geweten heeft. Mathea breit oorwarmers, loopt het bejaardencentrum voorbij alsof het een motorclub of een dansschool was - of iets anders waar ze geen enkele belangstelling voor heeft - en vraagt zich af wat ze zal antwoorden als iemand haar vraagt hoe laat het is. Kjersti Annesdatter Skomsvold weet in deze debuutroman met een verbluffend stilistisch meesterschap ernst en humor te vermengen. Skomsvold ontving voor haar roman de Tarjei Vesaas Debutantenprijs 2009. In datzelfde jaar werd het boek genomineerd voor de Noorse Boekhandelaarsprijs en de Romanprijs van de Luisteraars van de Noorse culturele radiozender P2. Het belandde tevens op de shortlist van de International IMPAC Dublin Literary Award 2013. In 2014 ging een toneelversie van de roman in première in het Nationaltheater te Oslo. 'Hoe harder ik loop, hoe kleiner ik ben' is vertaald in 27 talen. Kjersti Annesdatter Skomsvold (Oslo, 1979) studeerde wiskunde, informatica, algemene literatuurwetenschap en Frans. Haar literaire debuut 'Hoe harder ik loop, hoe kleiner ik ben' (Jo fortere jeg går, jo mindre er jeg, 2009) werd algemeen zeer lovend ontvangen. Naderhand zijn verschenen haar tweede roman Monstermenneske (2012), de dichtbundel Litt trist matematikk (2013) en 33 (2014). Meg, meg, meg (2015) is haar meest recente boek. In mei 2015 ontving ze de Dobloug-prijs van de Zweedse Academie.

€ 15,50
Van daarboven zie je de zee

'Van daarboven zie je de zee' is een roman die zich voornamelijk in Baskenland en Toscane afspeelt en waarin de eigenlijke hoofdpersoon het gewone volk is. Het boek schetst het decennium tussen 1933 en 1943, een tijd van fascisme en oorlog - maar ondanks alles heeft het volk zijn eigen helden: de wielrenners. Julen Gabiria schept een droomachtige, soms licht surrealistische sfeer in een caleidoscopische roman waarin op de achtergrond voortdurend het verzet tegen onrecht meeklinkt. Roman Alberdi ziet als kind in de Ronde van Baskenland van 1935 de befaamde Gino Bartali en als gevolg van een fikse ruzie met zijn vader wordt hij van het ene moment op het andere een fervent bewonderaar van de wielrenner. Een paar jaar later wordt Roman, net als duizenden andere Baskische kinderen, naar Frankrijk gestuurd om de Spaanse Burgeroorlog te ontvluchten. Daar ziet hij Gino Bartali voor de tweede keer: het is de Tour de France en Roman is een jongen van vijftien die het peloton is ingesprongen op zijn zware fiets. Dan komt plotseling Bartali langszij en geeft Roman een bidon water. Nog steeds onder de indruk van deze belevenis, besluit Roman na een aantal jaren zelfs om naar Ponte a Ema in Italië af te reizen, waar zijn idool woont.Het ParoolRecensie door Arthur van den Boogaard'Gabiria kneedt van historische feiten, niet alleen over het wielrennen, en zijn eigen verbeeldingskracht een ontroerend verhaal. En biedt, onbedoeld, inzicht in de zogenaamde "romanstructuur" van een wielerkoers.'

€ 17,50
Iemand loopt op de brandtrap

Iemand loopt op de brandtrap is een dichtbundel met een sterk verhalend karakter waarin de echo’s van New York en een willekeurige Baskische industriestad weerklinken. Beroemde schrijvers, helden uit de popcultuur, kankerpatiënten, clandestiene arbeiders en vele anderen lopen op de brandtrappen. Ze voelen zich vervreemd, kwetsbaar en geraakt door onmerkbare trillingen. Harkaitz Cano registreert ze in zijn gedichten, die zo te beschouwen zijn als seismogrammen van een rauw bestaan. De vertaling van Iemand loopt op de brandtrap is mede tot stand gekomen dankzij een bijdrage van het Baskisch Instituut Etxepare.

€ 10,50
Rebellie

Catalonië kent een rijke poëtische traditie. Deze bloemlezing bundelt voor het eerst in het Nederlands en het Catalaans het werk van zes onmisbare hedendaagse dichteressen: Montserrat Abelló, Mireia Calafell, Felícia Fuster, Maria-Mercè Marçal, Dolors Miquel en Marta Pessarrodona. Rebellie versmelt de stemmen van zes Catalaanse dichteressen tot een eigen geluid. Ze bezingen de rebellie: tegen de hypocriete maatschappij, religie, oorlog, maar ook de intieme rebellie tegen de sleur van alledag, angst of verlies. Wat al die vormen van verzet gemeen hebben, is geconcentreerde energie, een creatieve afwijzing van alle conventies en de inzet voor een bestaan dat met de zintuigen wordt ervaren. De vertaling van Rebellie is mede tot stand gekomen dankzij een bijdrage van het Institut Ramon Llull.